Historie


Bedrijvencentrum Hooghiemstra: een verzamelgebouw voor startende en vernieuwende bedrijven.

Het familiebedrijf Hooghiemstra

In 1865 besluit schipper en graanhandelaar Jurjen Sjoerd Hooghiemstra zijn boot te verkopen en zich aan de Wittevrouwensingel in Utrecht te vestigen. Ten behoeve van zijn handel in veevoer huurt hij een opslagruimte. De locatie blijkt zeer geschikt en reeds in 1880 wordt het assortiment uitgebreid met zelf gemalen voer. In 1885 wordt een stoommachine geïnstalleerd en Hooghiemstra boekt zeer veel succes met de verkoop van veekoeken. In 1911 wordt het bedrijf omgezet in de N.V. Utrechtse Fouragehandel en Voederkoe-kenfabriek. Omdat de activiteiten zo sterk uitbreiden, is een nieuw pakhuis nodig. Architect, M.E. Kuiler, wordt gevraagd een tijdsbepalend ontwerp te maken in de vorm van een kasteel met twee hoektorentjes. Hij laat zich inspireren door de populaire Franse fabrieksarchitectuur 'châteaux de l'industrie' en ontwerpt een indrukwekkend pakhuis van acht verdiepingen met hoektorentjes. Deze hoektorentjes en een balustrade gaven het bouwwerk het aanzien van een kasteel.

In de jaren 1921-1925 krijgt het bedrijf er nog vijf filialen bij verspreid in Midden-Nederland en aan de Vaartsche Rijn wordt de fabriek 'De Boerenbond' aangekocht. De fabricage wordt uitgebreid met pluimveevoeders en, in 1927, met havermout. Havermout was aanvankelijk veevoer, maar is na de Eerste Wereldoorlog populair geworden als consumptiemiddel voor mensen. Hooghiemstra is een van de drie grootste producenten in Nederland. Na de Tweede Wereldoorlog loopt het echter af met de havermout en als gevolg daarvan ook met Hooghiemstra. Het bedrijf schakelt niet tijdig over op andere producten en in 1955 moeten de poorten definitief dicht.

Avery

Het terrein wordt gekocht door het bedrijf VRG-papier. Enkele jaren later vestigt zich hier het dochterbedrijf Avery, een etikettenfabriek. Veel gebouwen gaan radicaal tegen de vlakte, waaronder de villa en het pakhuis achter het 'kasteel'. Daarvoor in de plaats komt nieuwbouw in een functionele bouwstijl, waaronder het acht verdiepingen tellende gebouw dat later bekend wordt als het "Avery-gebouw".

Stichting Wittevrouwen Bolwerk

In 1972 wordt het complex aangekocht door de gemeente met de bedoeling het te slopen in verband met een geplande rondweg om Utrecht. In 1985 wordt het complex gekraakt door zwervers, muzikanten en kunstenaars. Veertien Utrechtse popgroepen hebben er hun eigen ruimte. Het ombouwen van het complex tot woningen blijkt een onhaalbare zaak. Een alternatief wordt gevonden door een stichting die zowel het château als ook de nieuwbouw wil inrichten als bedrijfsverzamelgebouw voor startende ondernemers. Voor de uitwerking van dit plan wordt in 1988 de Stichting Wittevrouwen Bolwerk opgericht. Er wordt een haalbaarheidsonderzoek opgesteld waaruit in eerste instantie blijkt dat het een zeer kostbare zaak gaat worden om het gehele complex te behouden. Slechts als alleen het nieuwbouw deel behouden blijft zou het financieel haalbaar zijn.

Werkgroep Industriële Archeologie Utrecht

Ondertussen zit de werkgroep Industriële Archeologie Utrecht niet stil. Volgens de werkgroep is het Hooghiemstragebouw een zeer belangrijk industrieel monument uit het begin van de twintigste eeuw. De gemeente gaat overstag en vanaf dat moment wordt het idee van een bedrijvencentrum verder uitgewerkt. Uit een economische haalbaarheidsonderzoek van het Economisch Technologisch Instituut blijkt dat er zeker behoefte is aan de ruim 6.500 m2 atelier- en kantoorruimte in Utrecht. De invulling van het pand moet dan wel wat ruimer zijn dan de stichting in eerste instantie voor ogen stond. Op grond daarvan besluit het bestuur in overleg met de gemeente dat ook gevestigde/vernieuwende ondernemingen zich in het pand mogen vestigen zolang dit geen filialen of dochterondernemingen van bestaande bedrijven zijn.

Subsidie

Om de plannen daadwerkelijk van de grond te krijgen, blijkt een forse financiële injectie noodzakelijk. De gemeente, die het belang van het project voor de lokale werkgelegenheid inziet, besluit het gebouw voor 1 gulden aan de Stichting te verkopen en voor de renovatie 3,5 miljoen gulden subsidie beschikbaar te stellen. Mede dankzij deze bijdragen zijn de huurprijzen alleszins betaalbaar geworden. Voor de financiering van het overige deel van het benodigde kapitaal weet de Stichting Wittevrouwen Bolwerk nog twee financiers bij het project te betrekken die affiniteit hebben met de doelstelling van de stichting te weten de Rabobank en de Triodosbank.

Renovatie

Voor de ingrijpende renovatie wordt het architectenbureau Van Bree + Huisinga inge-schakeld. Het bureau slaagt er in het karakter van de beide delen van het gebouw te handhaven en waar mogelijk te versterken. Zo wordt ernaar gestreefd om van de twee pakhuizen één efficiënt geheel te maken waarbij echter ook de individuele karakteristieke kenmerken zoals beeldbepalende kolommenstructuren en raamindeling en worden behouden.
In totaal zijn in het complex ruim negentig bedrijfsruimten gerealiseerd verdeeld in kantoren, werkplaatsen en ateliers van variërende formaten.

Honderdvijfendertig jaar na de start van een bijzondere eenmanszaak treden ruim zeventig ondernemers in de voetsporen treden van een schipper uit Kampen.

mail  sleutel
Login